1. Het college kan een belanghebbende die behoort tot de doelgroep een tegenprestatie opdragen.
2. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:
a. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende;
b. de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen;
c. de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in overweging worden genomen;
d. als een belanghebbende al mantelzorg of vrijwilligerswerk verricht, moet daarmee rekening worden gehouden.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet Bloemendaal 2015