Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. vaartuigen: alle soorten van drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederen; onder vaartuigen worden mede begrepen hout-, werk- en aanlegvlotten, pontons, al dan niet dienende tot het dragen van daarop geplaatste werktuigen;
b. kade: een oever van de haven, al dan niet voorzien van een kademuur, steenglooiing of andere oeververdediging;
c. ligplaatsvergunning of vergunning: een beschikking strekkende tot toekenning van een recht van vaste ligplaats als bedoeld in artikel 2.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van ligplaatsen 2015