**1..** Onder de naam “belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten” worden
ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
geheven:
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens eigendom,
bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te
noemen: gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht, verder te noemen:
eigenarenbelasting.
**2..** Bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte in
gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
deel in gebruik heeft gegeven;
het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
volgtijdig gebruik aangemerkt als
gebruik door degene die die ruimte ter beschikking heeft
gesteld.
**3..** Degene die een in het vorige lid bedoelde (deel van een) bedrijfsruimte
in gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of een
deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld.
Artikel 2
Belastingplicht
Onderdeel van VERORDENING op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2015