1.In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of
gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de
eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig
artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.
De belasting wordt niet geheven voor honden:
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind
persoon worden gehouden, ofwel waarvan de houder blijkens een te overleggen bewijs is belast met de
opvoeding tot geleidehond;
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt
persoon worden gehouden, ofwel waarvan de houder blijkens een te overleggen bewijs is belast met de
opvoeding tot gehandicaptenhond;
die verblijven in een hondenasiel;
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in
artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;
die door ambtenaren van politie worden gehouden ter verrichting van opsporingsdiensten.
Artikel 3
- Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2015