1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
recht of persoonlijk recht gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afvalstoffen geldt.
2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker door de in
artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar aangemerkt:
bij gebruik door meer leden van een huishouden: een lid van een
huishouden;
bij gebruik van delen van een perceel: degene die de delen van het
perceel in gebruik heeft gegeven;
bij ter beschikking stellen voor volgtijdig gebruik: degene die het
perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 2
Belastingplicht
Onderdeel van VERORDENING op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2015