Binnenhavengeld wordt niet in rekening gebracht voor het bezoek aan het
Binnenhavengebied door:
een vaartuig ten behoeve waarvan reeds zeehavengeld is betaald;
een binnenschip voor de periode van ten hoogste twee maanden, indien het bezoek slechts plaatsvindt voor het dokken of het doen verrichten van herstellingen bij een scheepsreparatie-inrichting en mits zowel het tijdstip van aanvang als dat van het einde van het dokken of herstellen vooraf schriftelijk aan de havenmeester is medegedeeld;
een binnenschip voor een periode van ten hoogste twee maanden, indien het bezoek slechts plaatsvindt ten behoeve van het voor de eerste maal vaarklaar maken en/of het houden van een eerste proeftocht na nieuwbouw, het wisselen van bemanning, het stellen van kompassen dan wel ten behoeve van het ontschepen van zieken of doden, mits:
het bezoek niet langer duurt dan daartoe noodzakelijk is; en
vooraf van het voornemen daartoe schriftelijk aan de havenmeester kennis is gegeven.
een hospitaalschip;
een woon- of een bedrijfsschip;
een pleziervaartuig door een instelling als bedoeld in artikel 6.33, onderdeel b, van de wet inkomstenbelasting 2001;
een pleziervaartuig, indien het bezoek aan het binnenhavengebied niet langer duurt dan 2 weken, met dien verstande dat, indien het gebruik van de binnenhavengebied langer duurt, voor toepassing van het tarief, de termijn aanvangt bij het begin van dit tijdvak.
Museumschepen;
vaartuigen die deelnemen aan de Furiade.
Artikel 10
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengelden 2015