Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van VERORDENING op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2015

Onder de naam "rioolheffing" wordt geheven: een heffing van de gebruiker van een eigendom dat in gebruik of bestemd is als woning van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 3 - ten gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan. Bij de gebruikersbelasting wordt: gebruik door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden; gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd het recht als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd het recht als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel