Onder de naam "rioolheffing" wordt geheven:
een heffing van de gebruiker van een eigendom dat in gebruik of
bestemd is als woning van waaruit afvalwater direct of indirect op
de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt
als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al
dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht
gebruikt;
ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte
als bedoeld in artikel 3 - ten gebruik is afgestaan: degene
die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
Bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door de leden van een huishouden aangemerkt als
gebruik door een door de in artikel 231, tweede lid,
onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
aan te wijzen lid van dat huishouden;
gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
in gebruik heeft gegeven is bevoegd het recht als zodanig te
verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
gegeven;
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene
die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is
bevoegd het recht als zodanig te verhalen op degene aan wie
die zaak ter beschikking is gesteld.
Artikel 2
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van VERORDENING op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2015