De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering
wordt afgevoerd.
Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid
wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruikt;
ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
bedoeld in artikel 4 – voor gebruik
is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
afgestaan.