De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel
in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten
van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven, met inachtneming van
het hierna onder b bepaalde.
Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan,
dan is de belasting over die maand ten volle
verschuldigd; vangt de belastingplicht op of na de 16e
van de maand aan, dan is over die maand geen belasting
verschuldigd.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel
in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven, met inachtneming van het
hierna onder b bepaalde, tenzij het bedrag van de
ontheffing minder bedraagt dan € 5,--.
Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan
wordt over die volle maand ontheffing verleend; eindigt
de belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan
wordt over die maand geen ontheffing verleend.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
ander perceel in gebruik neemt.
Belastingbedragen van minder dan € 10,= worden niet
geheven.
Hoofdstuk
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van VERORDENING RIOOLHEFFING 2015