Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015

1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3.a. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een werknemersvergunning door middel van automatische incasso in maandelijkse termijnen van de betaalrekening van de belastingschuldige worden afgeschreven. De incassotermijnen vervallen op de laatste werkdag van de maand; b. Bij de toepassing van het vorige lid wordt het aantal incassotermijnen gelijk gesteld aan het aantal gehele maanden dat na ingang van de vergunning overblijft, met dien verstande dat het minimum aantal termijnen één bedraagt. 4. Een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234 van de Gemeentewet moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel