**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
de op grond van artikel 5 bedoelde belasting worden betaald uiterlijk op
de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
**2..** In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de
op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer is dan € 70, en zolang de
verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
zeven gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste dag
van de daaropvolgende maand.
**3..** De belasting, moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in
artikel 6, tweede lid:
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
kennisgeving;
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van
de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen
30 dagen na dagtekening van de kennisgeving;
**4..** Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c van
de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd
met de vaststelling van de aanslag.
**5..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2015