Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 29.

inroosteren en gebruik

Onderdeel van Verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Diemen 2015

1.. Het college stelt jaarlijks voor 1 januari voorlopig vast het aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een school voor basisonderwijs in het daaropvolgende schooljaar aanspraak maakt. 2.. Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op de school staat ingeschreven. 3.. De inroostering van het bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs wordt verzorgd door Stichting Openbaar Onderwijs Primair, gevestigd te Diemen. De schoolbesturen van het basisonderwijs te Diemen verstrekken jaarlijks voor 1 april voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave van de voor dat schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs. Deze opgave bevat de volgende gegevens: de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt in een aantal klokuren; de aanduiding van het lokaal of de lokalen bewegingsonderwijs waarin het gebruik wordt gewenst; de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een schoolweek wordt gewenst. 4.. Stichting Openbaar Onderwijs Primair stelt jaarlijks voor 15 mei voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door scholen voor basisonderwijs van de op het grondgebied van de gemeente gelegen lokalen bewegingsonderwijs. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de lokalen bewegingsonderwijs, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 25,75 klokuren per week per lokaal bewegingsonderwijs. 5.. Stichting Openbaar Onderwijs Primair neemt bij de vaststelling van het voorstel tot inroostering het volgende in acht: de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs; het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een lokaal bewegingsonderwijs wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd voor dat lokaal bewegingsonderwijs; het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs. 6.. Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor basisonderwijs de volgende gegevens: het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een lokaal bewegingsonderwijs; de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt; een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één lokaal bewegingsonderwijs plaatsvindt. 7.. Het voorstel tot inroostering wordt door Stichting Openbaar Onderwijs Primair binnen twee weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen voor basisonderwijs. 8.. Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen stelt Stichting Openbaar Onderwijs Primair voor 15 juni voorafgaande aan het volgend schooljaar de definitieve inroostering vast van het gebruik van het lokaal bewegingsonderwijs voor het volgende schooljaar. Indien Stichting Openbaar Onderwijs Primair daarbij afwijkt van één of meer in het overleg als bedoeld in het achtste lid naar voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd. 9.. Binnen twee wekenna vaststelling van de inroostering ontvangen de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke mededeling van Stichting Openbaar Onderwijs Primair over de inroostering in de beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag staande school of scholen voor het volgende schooljaar.

Rechtspraak bij dit artikel