1.Het bedrag van de verlaging, bedoeld in artikel 10, wordt toegepast over de maand van oplegging van de
verlaging en de volgende twee maanden als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
2.Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt
geen verrekening als bedoeld in het eerste lid plaats.
Hoofdstuk 3.
Artikel 11.
Verrekenen verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Duiven