1.Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een
verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 8, 9, 13 en 14 van deze
verordening zich opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde of hogere verwijtbare gedraging, wordt telkens de
duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld.
2.Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een
verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet,
opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de
Participatiewet, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden.
3.Met een besluit waarmee een verlaging wordt toegepast wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te
zien op grond van dringende redenen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid van deze verordening of artikel 18,
tiende lid van de Participatiewet.
Hoofdstuk 5.
Artikel 16.
Recidive
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Duiven