Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet gemeente Zwartewaterland 2015.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014.
De griffier, De voorzitter,
A.J. Renkema ing. E.J. Bilder
Algemene toelichting
Op 1 januari 2013 trad de ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’ in werking.
Voor de Wet werk en bijstand (WWB) introduceerde deze wet de verplichte bestuurlijke boete bij een schending van de inlichtingenplicht. De eerdere bevoegdheid om in deze situatie een maatregel op te leggen, is verdwenen. De hoogte van de boete is in beginsel gelijk aan het bedrag dat belanghebbende te veel aan bijstand heeft ontvangen. Is er sprake van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht (recidive), dan wordt deze boete in beginsel verhoogd tot 150% van het te veel ontvangen bedrag.
Deze verplichte bestuurlijke boete is opgenomen in de Participatiewet (hierna PW) die per 1 januari 2015 in werking treedt.
In eerste instantie had de wetgever voorzien in een plicht tot volledige verrekening van de boetevordering. Bij amendement is deze verplichting echter omgezet in een bevoegdheid, zodat de gemeente de mogelijkheid heeft om daar waar volledige verrekening onwenselijke effecten heeft (denk bijvoorbeeld aan hogere maatschappelijke kosten vanwege uithuisplaatsing) de verrekening aan te passen, dan wel bij de verrekening de beslagvrije voet volledig te respecteren.
Het college is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden. De wet verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete. Bij recidive krijgt het college de bevoegdheid om in de eerste drie maanden na oplegging van de boete, de openstaande boetevordering met een eventueel bijstandsrecht te verrekenen zonder daarbij de beslagvrije voet in acht te nemen;
volledige verrekening dus. Dit geldt zowel voor de recidiveboete als voor een wellicht nog openstaand bedrag in verband met de eerdere boete.
De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar waar terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft sprake van een bevoegdheid van het college. Wij hebben daartoe nadere beleidsregels vastgesteld.
In deze verordening is vastgelegd op welke wijze de gemeente gebruik maakt van de bevoegdheid tot verrekening van de recidiveboete.
In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met verzoeken van andere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete te verrekenen. Het college dat de boete heeft opgelegd zal in dat geval aangeven in hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens de regels van zijn gemeentelijke verordening). De gemeente die de uitkering verstrekt, moet in beginsel gehoor geven aan dit verzoek. Mocht de beslagvrije voet niet gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het college waarvan hij uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch in acht te nemen. In artikel 60b, tweede lid PW is geregeld dat het college die de uitkering verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek van belanghebbende tegemoet te komen. Het ligt voor de hand dat het college bij de beslissing op dat verzoek handelt analoog aan de regels die in de eigen gemeentelijke verordening zijn vastgelegd.
Deze verordening is voor wat betreft de inhoud identiek aan de op 16 mei 2013 vastgestelde ‘Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive’.
Artikelsgewijze toelichting
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Citeertitel
Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet gemeente Zwartewaterland 2015