Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Zwartewaterland 2015.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014.
De griffier, De voorzitter,
A.J. Renkema ing. E.J. Bilder
ALGEMENE TOELICHTING
Inleiding
Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten, ook als die niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. In artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet, artikel 35, onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna: IOAW) en artikel 35, onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen (hierna: IOAZ) is dit vastgelegd.
De regering meent dat de tegenprestatie een gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. naar het oordeel van de regering zijn dit noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.
Het wordt nadrukkelijk niet als re-integratie instrument gezien, maar het betreft het leveren van een nuttige bijdrage aan de samenleving. Naar zijn aard is/mag de tegenprestatie niet gericht zijn op toeleiding naar de arbeidsmarkt en niet als re-integratie-instrument worden gezien. verder mag het accepteren van passende arbeid of re-integratie-inspanningen niet belemmeren. Werk gaat boven uitkering.
Aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, bepaalt het college de aard, duur en omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Daarbij moeten in de verordening vastgelegde criteria in acht worden genomen. Als een tegenprestatie wordt opgelegd moet sprake zijn van een duidelijke omschrijving van de te verrichten werkzaamheden.
Artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet, artikel 37a, eerste lid, van de IOAW en artikel 37a, eerste lid, van de IOAZ maken het mogelijk dat het college tijdelijk ontheffing verleent van de plicht een tegenprestatie te verrichten wanneer dringende redenen aanwezig zijn. Het verrichten van zorgtaken kan als dringende reden worden aangemerkt.
Daarnaast is de plicht tot tegenprestatie niet van toepassing in geval van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid (artikel 9, vijfde lid, Participatiewet) of wanneer sprake is van en alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing zoals bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, Participatiewet), artikel 38, eerste lid, van de IOAW (artikel 37a, vierde lid, van de IOAW) en artikel 38, eerste lid, van de IOAZ (artikel 37a, vierde lid, van de IOAZ).
Net als bij het niet-nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van de tegenprestatie dat de bijstand of uitkering ingevolge de IOAW of IOAZ kan worden afgestemd overeenkomstig de gemeentelijke maatregelenverordening.
Artikel 8a, eerste lid, onder b van de Participatiewet, artikel 35, onderdeel d, van de IOAW en artikel 35, onderdeel d, van de IOAZ, verplichten de raad bij verordening regels vast te stellen. Uit artikel 7, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet, artikel 34, eerste lid, onderdeel b, IOAW en artikel 34, eerste lid, onderdeel b, van de IOAZ volgt dat het college beleid ontwikkeld in verband met het verrichten van een tegenprestatie.
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 4
Artikel 7
Citeertitel
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Zwartewaterland 2015