Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12

Verantwoording

Onderdeel van Verordening Vervoersautoriteit MRDH 2015

1.. De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, de portefeuillehouder Middelen en het presidium van de Vervoersautoriteit MRDH leggen over al hetgeen zij namens de Vervoersautoriteit MRDH doen verantwoording af aan de Vervoersautoriteit MRDH. Zij geven de Vervoersautoriteit MRDH alle inlichtingen die de Vervoersautoriteit nodig heeft voor de uitoefening van zijn taken en die inlichtingen die door een of meer leden van de Vervoersautoriteit MRDH worden gevraagd. 2.. De Vervoersautoriteit MRDH is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur over al hetgeen aan de Vervoersautoriteit MRDH is opgedragen. Zij geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur nodig heeft voor de uitoefening van zijn taken en die inlichtingen die door een of meer leden van het algemeen bestuur worden gevraagd. 3.. Indien het algemeen bestuur, overeenkomstig het tweede lid, mondelinge verantwoording vraagt aan de Vervoersautoriteit MRDH, dan wordt deze verantwoording afgelegd door de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter van de Vervoersautoriteit, onverminderd het bepaalde in artikel 3:1, vijfde lid, van de regeling. 4.. De leden van de Vervoersautoriteit MRDH leggen aan de gemeenteraden en provinciale staten, alsmede aan het college van hun eigen provincie onderscheidenlijk gemeente verantwoording af over het door hen in de Vervoersautoriteit MRDH gevoerde bestuur. Zij geven het vertegenwoordigend orgaan onderscheidenlijk het college daartoe alle inlichtingen die een of meerdere leden van het betreffende orgaan verlangen. Het betreffende orgaan bepaalt op welke wijze verantwoording wordt afgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel