Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle 2015

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: a.. voor het gebruik dan wel bezit van een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning; b.. voor het gebruik dan wel bezit van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, de hoogte van de bijdrage wordt per soort algemene voorziening bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van deze voorziening. Het college kan daarbij korting geven op de bijdrage voor een algemene voorziening voor personen, behorende tot de door het college omschreven groepen. 2.. De aanbieder van een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget kan aan de cliënt een vergoeding voor algemeen gebruikelijke kosten vragen voor zover at tussen het college en de aanbieder is afgesproken en dit door het college is vastgesteld. Het gaat hierbij in ieder geval om een vergoeding voor: ·. het gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer berekend op basis van tarieven openbaar vervoer; ·. het gebruik van consumpties en maaltijden op basis van kostprijs. 3.. De kostprijs van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget wordt bepaald: door een aanbesteding, na een consultatie in de markt of in overleg met de aanbieder. Het totaal van de bijdragen voor een algemene voorziening, maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget gaat de kostprijs niet te boven. 4.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget, met uitzondering van die voor opvang, wordt vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het CAK. 5.. Voor opvang worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget door de aanbieder van de voorziening vastgesteld en geïnd. Het college draagt er zorg voor dat aan het CAK mededeling wordt gedaan van de bijdragen die door de bedoelde instantie zijn vastgesteld, voor zover niet betrekking hebbende op personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. 6.. Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner. 7.. Als een persoon over een periode voor meerdere voorzieningen een bijdrage is verschuldigd, dan komt de betaalde bijdrage allereerst ten goede van de voorziening die eenmalig is verstrekt en waarvoor het college geen huur verschuldigd is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel