**1..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
verordening van toepassing is, zonder vergunning van burgemeester en
wethouders is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het
bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
herbeplanten overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen
een door hen te stellen termijn.
**2..** Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op
welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
**3..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
verordening van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt
bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde
van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die
uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven
aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
**4..** Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met
derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan
te voldoen.
Artikel 10
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Verordening op het bewaren van houtopstanden Dinkelland 2005