Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Accountantscontrole

Onderdeel van Controleverordening MRDH 2015

1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening en het controleprotocol de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening en het controleprotocol de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt op verzoek van het algemeen bestuur (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en (een vertegenwoordiger uit) het algemeen bestuur, (een vertegenwoordiger van) de rekenkamercommissie, de portefeuillehouder financiën, de portefeuillehouder Middelen Vervoersautoriteit, de secretaris van de Metropoolregio, het hoofd Bedrijfsvoering en de (concern)controller.

Rechtspraak bij dit artikel