Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Algemene regels, uitzonderingen

Onderdeel van Mandaatbesluit Metropoolregio Rotterdam Den Haag

1.. Het mandaat omvat de bevoegdheid om het besluit: voor te bereiden; te nemen, alsmede te wijzigen, beëindigen, verlengen, in te trekken en op te zeggen; te ondertekenen, en af te doen. 2.. De gemandateerde is bevoegd tot het nemen van besluiten als vermeld in het mandaatregister, tenzij sprake is van een geval als bedoeld in artikel 10:3 Awb en voorts indien: advies nodig is van andere (staf)afdelingen en het advies en het eigen standpunt niet op elkaar aansluiten respectievelijk niet tot dezelfde conclusie leiden; uit overleg met de portefeuillehouder blijkt dat deze het voorstel aan het bestuursorgaan wil voorleggen; het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid of richtlijnen; het besluit overschrijding van budgetten of kredieten zou inhouden; het bestuursorgaan het te nemen besluit als politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig heeft aangemerkt; de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen. 3.. Indien zich één of meer van de in het tweede lid omschreven situaties voordoet, dan besluit het ter zake bevoegde bestuursorgaan zelf. 4.. In afwijking van het derde lid is bevoegd tot het krachtens mandaat nemen van een besluit op bezwaar de functionaris die de hierarchisch bovengeschikte is van functionaris die het primaire besluit krachtens mandaat heeft genomen. Indien het primaire besluit krachtens mandaat is genomen door de secretaris-generaal neemt het bestuursorgaan het besluit op bezwaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel