Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemene regels, uitzonderingen

Onderdeel van Onderm andaatbesluit Metropoolregio Rotterdam Den Haag

1.. Het ondermandaat omvat de bevoegdheid om het besluit: voor te bereiden; te nemen, alsmede te wijzigen, beëindigen, verlengen, in te trekken en op te zeggen; te ondertekenen, en af te doen. 2.. De ondergemandateerde is bevoegd tot het nemen van besluiten als vermeld in het register, tenzij sprake is van een geval als bedoeld in artikel 10:3 Awb en voorts indien: advies nodig is van andere (staf)afdelingen en het advies en het eigen standpunt niet op elkaar aansluiten respectievelijk niet tot dezelfde conclusie leiden; uit overleg met de portefeuillehouder blijkt dat deze het voorstel aan het bestuursorgaan wil voorleggen; het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid of richtlijnen; het besluit overschrijding van budgetten of kredieten zou inhouden; het bestuursorgaan het te nemen besluit als politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig heeft aangemerkt; de ondermandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen. 3.. Indien zich één of meer van de in het tweede lid omschreven situaties voordoet, dan besluit het ter zake bevoegde bestuursorgaan zelf. 4.. In afwijking van het derde lid is bevoegd tot het krachtens ondermandaat nemen van een besluit op bezwaar de functionaris die de hiërarchisch bovengeschikte is van functionaris die het primaire besluit krachtens ondermandaat heeft genomen. Indien het primaire besluit krachtens mandaat is genomen door de secretaris-generaal neemt het bestuursorgaan het besluit op bezwaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel