Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Bladel 2015

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per beleidsveld, de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves en het overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. 2.. Bij de begrotingsbehandeling worden nieuwe investeringen, waarvoor reeds politieke kaderstelling aanwezig is op basis van door de raad vastgestelde beheerplannen, beleidsnotities en/of besluiten en (uitbreidings)investeringen gericht op de interne bedrijfsvoering en ramingen van geringe omvang worden met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd (A-rubricering). Voor de overige nieuwe investeringen (B-rubricering) geeft de raad aan voor welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. 3.. Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. 4.. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 5.. Voor de investeringen die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf, voor het aangaan van verplichtingen, een investeringsvoorstel met en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet en de daarbij behorende dekking aan de raad voor. 6.. Voorstellen voor budgetoverheveling worden getoetst aan de volgende criteria: Beleidsinhoudelijke noodzaak en de ruimte dient op het betreffende beschikbaar gestelde budget in het begrotingsjaar nog aanwezig te zijn; Inbedding in de werkplanning/jaarplan van het nieuwe jaar; De overheveling heeft betrekking op incidentele budgetten; De betreffende budgetten mogen voor één jaar worden overgeheveld naar het nieuwe boekjaar; Het minimumbedrag voor de overheveling bedraagt € 10.000,- per post.

Rechtspraak bij dit artikel