Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan
de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het
bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit
wethouders, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. De onkostenvergoeding wordt
naar rato van het wethouderschap uitgekeerd.
Hoofdstuk III
Artikel 11
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads-, commissie- en burgerleden