**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de
dagtekening van het aanslagbiljet.
**2..** In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan €
5.000,- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische
incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
afgeschreven, dat: a. aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1
januari en 1 juli van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
dagtekening van het aanslagbiljet tot en met september nog maanden in
het belastingjaar overblijven; b. aanslagen, waarvan de dagtekening ligt
na 1 juli van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten
worden betaald in drie gelijke termijnen. Bij het van toepassing zijn
van het vorenstaande vervallen de incassotermijnen op de laatste werkdag
van de maand, waarbij de eerste termijn ten minste tien dagen na de
dagtekening van de aanslag valt.
**3..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Artikel 10
– Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015