Eerste lid
In de Algemene bijstandswet was terugvordering een verplichting. In de Participatiewet (evenals de IOAW en IOAZ) is het deels een bevoegdheid van het college. Daarbij verlangt de wetgever dat het terugvorderingsbeleid een effectieve bijdrage levert aan een adequate fraudebestrijding. Het eerste lid van artikel 11 geeft aan dat het college van zijn bevoegdheid tot terugvordering gebruikmaakt. Het terugvorderingsbeleid zal in nadere regels tot uitdrukking worden gebracht. Enkele fundamentele keuzen worden evenwel in deze verordening opgenomen. In beginsel zal de ten onrechte verstrekte inkomensvoorziening geheel worden teruggevorderd. Enerzijds vanuit de gedachte dat "misdaad niet mag lonen" en anderzijds vanwege de mogelijk preventieve werking die daarvan uitgaat. Deze laatste overweging is mede een reden waarom naast terugvordering van het ten onrechte betaalde in principe ook altijd een sanctie als bedoeld in de Sanctieverordening zal worden opgelegd.
Tweede lid
Bij gebreke van tijdige betaling kan het college de vordering verhogen met de wettelijke rente en de op de terugvordering betrekking hebbende kosten. In de nadere regels zal in ieder geval worden bepaald dat hiertoe zal worden overgegaan wanneer de inkomensvoorziening weliswaar als gevolg van fraude geheel kan worden teruggevorderd, maar de belanghebbende geen sanctie als bedoeld in de Sanctieverordening kan worden opgelegd, bijvoorbeeld omdat hij geen uitkering meer geniet.
Derde lid, onderdeel a
Om doelmatigheidsredenen kan worden afgezien van terugvordering als het om zogenaamde "kruimelbedragen" gaat. De kosten van terugvordering bedragen dan al snel meer dan de baten. Het voorgaande kan alleen als de belanghebbende niets te verwijten valt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij fouten van de gemeente of wijzigingen in de omstandigheden van de klant die niet tijdig in de hoogte van het uitkeringsbedrag zijn verwerkt. Te allen tijde blijft echter het uitgangspunt dat de gemeente gehouden is om de onverschuldigd betaalde inkomensvoorziening terug- en in te vorderen en daartoe ook haar incassomogelijkheden aanwendt. Indien terug- en invordering onder de € 120,00 niet mogelijk dan wel ondoelmatig blijkt te zijn, kan worden besloten om van terugvordering af te zien. Bij terugvorderingen die het gevolg zijn van verwijtbaar gedrag moet worden gedacht aan ten onrechte of teveel betaalde inkomensvoorziening vanwege het feit dat betrokkene zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen (dus fraude heeft gepleegd) of zich niet heeft gehouden aan een of meer andere verplichtingen, waarop een maatregel is gevolgd. Fraudevorderingen dienen dus altijd geheel te worden terugbetaald. Mede met het oogmerk van preventie.
Derde lid, onderdeel b
In onderdeel b wordt bepaald dat van terugvordering kan worden afgezien indien dringende redenen daartoe noodzaken. De vraag wat dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien, kan niet in zijn algemeenheid worden beantwoord, maar zal steeds van geval tot geval aan de hand van alle omstandigheden van belanghebbende moeten worden beoordeeld. Doelmatigheidsredenen vallen hier niet onder. Tevens is niet alleen de financiële positie van de belanghebbende bepalend. Er zal mede sprake moeten zijn van zwaarwegende redenen van immateriële aard.
Vierde lid
Het college kan ook voor andere situaties bepalen dat van terugvordering wordt afgezien. Ook hierbij zal onderscheid worden gemaakt tussen terugvorderingen die het gevolg zijn van verwijtbaar gedrag en terugvorderingen die het gevolg zijn van omstandigheden die eerder buiten de schuld van belanghebbende liggen. Situaties waarin van terugvordering of verdere terugvordering zou kunnen worden afgezien zijn bijvoorbeeld:
er is sprake van problematische schulden;
het besluit om af te zien van terugvordering draagt bij aan een structurele oplossing van een problematische schuldsituatie;
de belanghebbende heeft gedurende een bepaalde periode geen betalingen verricht en het is niet aannemelijk dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten;
de belanghebbende heeft gedurende een bepaalde periode (bijvoorbeeld drie of vijf jaar) aan zijn betalingsverplichtingen voldaan.
Vijfde lid
Het terugvorderingsbeleid wordt opgenomen in het Handhavingsbeleidsplan. Dit om versnippering van regels te voorkomen en het handhavingsbeleid ook in de toekomst integraal te kunnen beoordelen.
Hoofdstuk 7
Artikel 10
Terugvordering
Onderdeel van Handhavingsverordening Inkomensvoorzieningen gemeente Best 2015