Naar hoofdinhoud
Onverminderd het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor het Persoonlijk Participatiebudget de pensioengerechtigde belanghebbende die voldoet aan de voorwaarden van de Participatiewet en: gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat gemiddeld niet hoger is dan 120 % van de toepasselijke bijstandsnorm. geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet. Indien in het geval van gehuwden slechts één partner voldoet aan de voorwaarden, komt hem het recht toe van een alleenstaande. Over de besteding van het Persoonlijk Participatiebudget worden voorafgaand aan de verstrekking afspraken gemaakt met de belanghebbende(n).

Rechtspraak bij dit artikel