Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2015

De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare aankondigingen: a. die kunnen worden aangemerkt als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend; b. die door of in opdracht van de gemeente zijn aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van een publiekrechtelijke taak; c. die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; d. op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door het bevoegde bestuursorgaan; e. aangebracht op een voertuig, tenzij dat kennelijk is bestemd voor het voeren van reclame; f. aangebracht op of bij bouwterreinen, voor zover deze rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; g. betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak; h. met uitsluitend naamsvermeldingen en/of openingstijden met een gezamenlijke oppervlakte van minder dan 0,20 m² ; i. betreffende niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek op brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen; j. waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden of een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is.

Rechtspraak bij dit artikel