De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare
aankondigingen:
a. die kunnen worden aangemerkt als algemene bewegwijzering waarmee een
algemeen belang wordt gediend;
b. die door of in opdracht van de gemeente zijn aangebracht, indien en
voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van een
publiekrechtelijke taak;
c. die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee
gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en
betrekking hebben op activiteiten die een cultureel, maatschappelijk,
charitatief of ideëel belang dienen;
d. op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door het
bevoegde bestuursorgaan;
e. aangebracht op een voertuig, tenzij dat kennelijk is bestemd voor het
voeren van reclame;
f. aangebracht op of bij bouwterreinen, voor zover deze rechtstreeks
betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde
bouwwerkzaamheden;
g. betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een
onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke
aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak;
h. met uitsluitend naamsvermeldingen en/of openingstijden met een
gezamenlijke oppervlakte van minder dan 0,20 m² ;
i. betreffende niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek
op brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen;
j. waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling
aan de gemeente moet geschieden of een vergoeding aan de gemeente
verschuldigd is.
Hoofdstuk
Artikel 5
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2015