Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 3.7. eerste lid, van het Besluit houders van dieren, welk asiel is aangemeld als bedoeld in artikel 38, van genoemd besluit; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7. eerste lid, van het Besluit houders van dieren, welke inrichting is aangemeld als bedoeld in artikel 38, van genoemd besluit; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; die in opleiding zijn tot de onder a. of b. genoemde hond en die in opdracht van een opleidingsinstituut daartoe zijn geplaatst bij een gastgezin; waarvan de houder in het bezit is van een geldend certificaat of diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging of van de Nederlandse Bond voor de Politiediensthond, mits de houder zich verbindt zijn hond, met een begeleider aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel