Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Zeist 2015

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2.. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. 3.. De hoogte van een pgb: wordt bepaald aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; is toereikend om veilige, effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in die situatie goedkoopst compenserende natura voorziening. De hoogte van een pgb voor Jeugdhulp wordt bepaald per uur, per resultaat of per dag(deel) op basis van het basistarief dat door de gemeente is vastgesteld voor de betreffende soort Jeugdhulp per uur, per resultaat of per dag(deel) in natura. Afhankelijk van de uitvoerder van de Jeugdhulp worden de volgende percentages van dit basistarief gehanteerd: Jeugdhulp door een persoon uit het eigen netwerk geldt als maximaal tarief de door het Zorginstituut Nederland (CVZ) voor nieuwe budgethouders opgenomen maximumtarieven voor het inkopen van zorg bij niet-professionele zorgaanbieders. Jeugdhulp door een organisatie of professional, hetzij door een zelfstandige zonder personeel dan wel een beroepsuitoefenaar die een arbeidsovereenkomst heeft met de budgethouder: maximaal 75%, tenzij aannemelijk is dat dit percentage niet toereikend is om de zorg in te kopen als bedoeld in lid 3 onder b; Jeugdhulp door een organisatie die werkt volgens gangbare zorgvuldigheidsmaatstaven (zoals AGB kwaliteitsstandaarden): maximaal 90%. Indien de budgethouder geclassificeerd is als werkgever in volle omvang wordt het ter beschikking gestelde PGB tarief/budget ten gunste van de budgethouder gecorrigeerd voor de werkgeverslasten en werknemerspremie. 4.. Onder de volgende voorwaarden kan de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk Jeugdhulp vanuit het informeel netwerk kan worden bekostigd als het gaat om extra ondersteuning, in tegenstelling tot ‘de gebruikelijke zorg’. Jeugdhulp door een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de aanvrager moet betaalde hulp vervangen. Om te onderzoeken of de persoon die behoort tot het sociale net werk voor zijn of haar hulp betaald moet worden, wordt met de inwoner die pgb aanvraagt en zijn of haar mantelzorgers besproken: Of er tot dan toe al sprake is geweest van (onbetaalde) jeugdhulp; Waarom de zorgverlener uit het sociale netwerk er eventueel mee stopt; Waarom een eventuele nieuwe mantelzorger de zorg niet gratis wil verlenen. De in te zetten persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem/haar niet tot overbelasting leidt; Er ontstaat een zakelijke relatie, het pgb wordt niet vrijblijvend in gezet. (contract en gezinsplan); Het pgb mag niet gebruikt worden voor de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers. Een ouder mag zelf de zorgverlener zijn voor zijn of haar kind en kan ook gemachtigd zijn als pgb-houder. Uitzonderingen en voorwaarden hierop worden in een later stadium uitgewerkt. Een voorbeeld van een uitzondering hierop is respijtzorg, deze kan niet geleverd worden door de ouders, omdat zij juist degene zijn die respijt nodig hebben. 5.. De ingekochte jeugdhulp door een organisatie of ZZP-er met het pgb: a.. is veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht, b.. voldoet aan de noodzakelijke/ gebruikelijke professionele standaard, c.. is afgestemd op de behoefte van de cliënt en op andere ontvangen zorg, d.. is verstrekt in overeenstemming met de op de aanbieder rustende verantwoordelijkheid voortvloeiende uit de professionele standaard, e.. is verstrekt met respect voor de rechten van de cliënt. f.. is proportioneel is zodat onder- en overgebruik van de individuele voorziening wordt vermeden. 6.. Jeugdhulp door een persoon uit het eigen netwerk voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Jeugdwet. Als de dienst hulp omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is, beschikt de persoon over de desbetreffende kwalificatie; 7.. Voor cliënten die reeds voor 1 januari 2015 een persoonsgebonden budget hadden voor begeleiding of kortdurend verblijf, geldt een overgangsregeling. Deze cliënten hebben recht op continuering van zorg bij de bestaande zorgaanbieder gedurende de resterende indicatietermijn tot een maximum van 1 jaar, dus tot uiterlijk 1 januari 2016.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel