Voor gehuwden/samenwonenden en alleenstaande bedraagt de individuele inkomenstoeslag per kalenderjaar eenmalig een bedrag dat gelijk is aan 40% van de netto maandelijkse bijstandsnorm, die voor de aanvrager van toepassing is. Voor alleenstaande ouders bedraagt de individuele inkomenstoeslag per kalenderjaar eenmalig een bedrag dat gelijk is aan 50% van de netto maandelijkse bijstandsnorm, die voor de aanvrager van toepassing is.
Voor de berekening van de hoogte van de toeslag wordt uitgegaan van het maandelijkse netto bijstandsbedrag dat van toepassing is, inclusief de vakantietoeslag, zoals geldend op 1 januari van het kalenderjaar.
De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag op grond van de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor de betrokkene als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Voor toepassing van het eerste, tweede en vierde lid is de situatie op de peildatum bepalend.
Artikel 4
Hoogte individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag WIL