Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Opdracht college

Onderdeel van BELEIDSREGELS PARTICIPATIE INZAKE PARTICIPATIEWET

Ingeval inzet van ondersteuning aan niet-uitkeringsgerechtigde gelden de volgende voorwaarden: Ondersteuning is gericht op de kortste weg naar werk, waarbij de duur van de ondersteuning maximaal 1 jaar bedraagt; Ondersteuning is niet aan de orde indien de aanvrager een arbeidscontract heeft met een omvang van 12 uur of meer per week; Ondersteuning qua voorzieningen genoemd in de Participatieverordening waarop een niet uitkeringsgerechtigde aanspraak kan maken beperkt zich tot scholing en inzet van een Persoonlijk Re-integratiebudget. Daarnaast kan er aanspraak gemaakt worden op de algemene ondersteuning (persoonlijke gesprekken, workshops, trainingen etc.) die niet wordt genoemd in de Participatieverordening. Scholing is – met inachtname van artikel 1 - mogelijk, waarbij ingeval van scholing op HBO-niveau dit alleen mogelijk is wanneer dit wordt gegeven in een specifiek op werklozen gericht – beroepsgericht – project dat maximaal 2 jaar duurt; De eigen bijdrage in de kosten van ondersteuning is als volgt: Bruto inkomen < 120% WML: Geen eigen bijdrage Bruto inkomen 120% WML <> 150% WML: 50% van de trajectkosten Bruto inkomen > 150% WML: 100% van de trajectkosten De eigen bijdrage in de kosten van ondersteuning wordt verhoogd met de vermogensmiddelen die het vrij te laten vermogen, zoals vastgesteld in de Participatiewet overschrijden. Voor de berekening van een overschrijding van het vermogen zijn de bepalingen in artikel 34 Participatiewet onverkort van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel