De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de
dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het
bedrag daarvan, minder is dan
€ 5.000,- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso
van de betaalrekening
van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat:
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 juli van het
belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in zoveel
gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
tot en met september nog maanden in het belastingjaar overblijven;
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 1 juli van het belastingjaar
waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in drie gelijke
termijnen. Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervallen de
incassotermijnen op de laatste werkdag van de maand, waarbij de eerste
termijn ten minste tien dagen na de dagtekening van de aanslag valt.
3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Artikel 9
– Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2015