De persoon die in aanmerking wenst te komen dient daartoe een schriftelijk verzoek in bij de gemeente. Bij dit verzoek dient de persoon onderbouwd met relevante bewijsstukken aan te tonen dat hij in aanmerking komt voor een individuele studietoeslag. Hiertoe dient het volgende te worden overlegd:
Een bewijs dat er op het moment van aanvraag recht bestaat op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht op een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
Een bewijs dat er op het moment van aanvraag geen sprake is van in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet;
Optioneel een bewijs dat de persoon niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Dit zou beoordeeld kunnen worden aan de hand van reeds beschikbare gegevens over de persoon vanuit bv. het UWV of de voormalige school. Bij het ontbreken van dit bewijs dient dit middels een intern of extern advies door de gemeente te worden vastgesteld.