**1..** De commissie bestaat ten hoogste uit het aantal leden - waaronder begrepen de voorzitter -,overeenkomend met het aantal fracties in de raad.
**2..** De leden worden door de raad uit zijn midden benoemd, met inachtneming van het bepaalde in de leden 10, 11 en 12 van dit artikel.
**3..** Voor zoveel mogelijk benoemt de raad voor elk commissielid een plaatsvervangend lid. De bepalingen in deze verordening die van toepassing zijn op leden van de commissie, zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende commissieleden.
**4..** De benoeming geschiedt zo spoedig mogelijk na het tijdstip waarop de bij de verkiezing wegens periodieke aftreding gekozen leden van de raad hun betrekking hebben aanvaard en wel voor een zittingsduur gelijk aan die van de zittende raad.
**5..** Bij de benoeming bepaalt de raad wie van de leden als voorzitter zal optreden. Bij ontstentenis van de voorzitter wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, door de commissie uit haar midden aan te wijzen. Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de plaatsvervangend voorzitter voorziet de commissie eveneens in vervanging.
**6..** Degene die ophoudt lid van de raad te zijn, houdt tevens op lid van de commissie te zijn.
**7..** De raad kan aan een lid op diens verzoek ontheffing uit zijn lidmaatschap van de commissie verlenen.
**8..** In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
**9..** Degene die ter vervulling van een tussentijds ontstane vacature tot lid van de commissie wordt benoemd, heeft zitting voor de resterende zittingsduur van de raad.
**10..** Een op grond van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen gevormde politieke groepering bestaande uit één persoon, kan een voordracht indienen tot benoeming van een niet-raadslid (fractievertegenwoordiger) tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie. Een raadslid kan in de commissie worden benoemd tot plaatsvervanger van een fractievertegenwoordiger. Om als niet-raadslid voor benoeming tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie in aanmerking te komen dient betrokkene voor te komen op een geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen. De eisen gesteld in de artikelen 10 en 13 van de Gemeentewet zijn op betrokkene van overeenkomstige toepassing.
**11..** Het onderzoek naar de bescheiden, waaruit moet blijken of een niet-raadslid aan de benoemingseisen voldoet, geschiedt met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 4 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Den Haag. Ten behoeve van dit onderzoek legt de kandidaat de benodigde bescheiden voor aan de raad. Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt hij in een vergadering van de raad in handen van de voorzitter een eed dan wel een verklaring en belofte af gebaseerd op de tekst van artikel 14 Gemeentewet.
**12..** De raad kan een waarnemer c.q. fractievertegenwoordiger op eigen verzoek of op voorstel van de politieke groepering die hem of haar voor benoeming heeft voorgedragen, ontslag verlenen als commissielid. Zodra blijkt dat niet langer voldaan wordt aan de vereisten voor het lidmaatschap, houdt hij of zij op lid van de commissie te zijn.