**1..** De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.
**2..** In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelasting voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet onroerende zaken.
**3..** Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.
**4..** De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
**5..** De belasting bedraagt per jaar 2,92‰ van de heffingsmaatstaf genoemd in het eerste tot en met vierde lid, met een minimum van € 150,00 en een maximum van € 1.000,00.
Artikel 4
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de forensenbelasting Noord-Beveland 2015