Het college kent een individuele voorziening toe voor zover is vastgesteld dat:
de inwoner op eigen kracht of met andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
de inwoner geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te kunnen maken van een algemene voorziening;
de inwoner geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te kunnen maken van een andere voorziening;
de voorziening langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op te heffen of te verminderen;
Als een individuele voorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven,
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen;
tenzij de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de inwoner.
Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.