Het college kent een individuele voorziening toe voor zover is vastgesteld dat de jeugdige en ouders:
op eigen kracht of met andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te kunnen maken van een overige voorziening;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening.
Hoofdstuk › Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Toekenningsgronden individuele voorziening
Onderdeel van Verordening sociaal domein