Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ. Uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet, alsmede een uitkering op grond van de IOAW en de IOAZ. Re-integratievoorziening: voorzieningen bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de Participatiewet en artikel 34, eerste lid onder a van de IOAW en de IOAZ Handhaven: bewerkstelligen dat de wet wordt nageleefd. Fraude: het niet (tijdig) mededelen van alle feiten en omstandigheden waarvan het voor de belanghebbende redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze informatie van invloed kan zijn op zijn het recht, de hoogte of de duur van de uitkering. Misbruik: het verwijtbaar ontvangen van een uitkering in strijd met de wettelijke voorschriften. Oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering volgens de regels van de wet, maar in strijd met of buiten de bedoeling die bij de totstandkoming van die wet heeft bestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel