Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Verantwoording

Onderdeel van Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeenten Rheden en Rozendaal 2015l

10.. 1 De Adviesraad brengt jaarlijks vóór 1 april aan het college verslag uit van de activiteiten en bevindingen over het voorafgaande jaar. Daarbij wordt in een financieel verslag tevens verantwoording afgelegd over de besteding van het beschikbare voorschot aan het college. 10.. 2 De Adviesraad dient jaarlijks vóór 1 oktober een onderbouwde subsidieaanvraag met bijbehorende begroting in voor het daaropvolgende subsidiejaar. 10.. 3 De financiële verantwoording en afrekening vindt plaats conform onderstaande uitgangspunten. Nadere afspraken zijn gemaakt in een apart convenant. a.. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de onkostenvergoeding definitief vastgesteld op basis van de feitelijk bijgewoonde vergaderingen. Als vergaderingen niet zijn bijgewoond wordt dat subsidiedeel verrekend met (in mindering gebracht op) de subsidie van het volgende jaar. b.. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie worden de overige kosten (8.3-c) definitief vastgesteld op de verstrekte subsidie tenzij er een batig saldo is ontstaan van meer dan € 250,00. In dat geval wordt dat subsidiedeel verrekend met (in mindering gebracht op) de subsidie van het volgende jaar. c.. Als bij de jaarafsluiting na verrekening van het eventuele saldo als bedoeld onder lid 8.3-a en 8.3-b blijkt dat de liquide middelen per 1 januari hoger zijn dan € 500,00 , wordt het meerdere verrekend met (in mindering gebracht op) de subsidie van het volgende jaar. 10.. 4 Tot de overige kosten (8.3-c) van de Adviesraad worden gerekend: het inhuren van deskundigen en/of derden, de kosten van vorming en scholing van de leden en de organisatiekosten. Begrote kosten worden bij vaststelling van het voorschot geaccepteerd voor zover de totale kosten beneden het gemaximeerde budget blijven. Overschrijding van het budget en extra kosten worden niet vergoed tenzij deze vooraf schriftelijk (gemotiveerd) worden aangevraagd en naar oordeel van het college noodzakelijk zijn. Artikel 11 Evaluatie 1 Het college en de Adviesraad evalueren gezamenlijk eens per 4 jaar het functioneren van de Adviesraad en vaker indien de Adviesraad of het college tussentijdse evaluatie nodig achten. 2 De evaluatie wordt ter kennisname gebracht aan de gemeenteraad Artikel 12 Overige bepalingen 1 De leden van de Adviesraad, thema- en werkgroepen zullen in de contacten met de gemeenten Rheden en Rozendaal op geen enkele wijze worden benadeeld of bevoordeeld als gevolg van hun lidmaatschap. 2 Het college kan ter uitvoering van deze Verordening nadere regels vaststellen. Dit vindt niet eerder plaats dan nadat de Adviesraad daarover is gehoord. 3 Intrekking en wijziging van deze Verordening vindt niet plaats dan nadat de Adviesraad daarover is gehoord. Artikel 13 Citeertitel Deze Verordening wordt aangehaald als Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeenten Rheden en Rozendaal 2015. Artikel 14 Inwerkingtreding en intrekking Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 januari 2015 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Wmo-raad gemeenten Rheden en Rozendaal van 7 juli 2009 en de Verordening Cliëntenparticipatie WWB gemeente Rozendaal van 12 februari 2012. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Rozendaal d.d. 16 december 2014, de griffier K.M. Schaap de voorzitter drs. J.H. Klein Molekamp

Rechtspraak bij dit artikel