**1..** De urgentie van de uitvoering van de aangevraagde voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de per lesgebouw uitgebrachte EBA-rapportage, oplopend van de slechtste naar goed, waarbij de kwalificatie “slechtste” de hoogste urgentie-coëfficiënt heeft en de kwalificatie “goed” de laagste urgentie-coëfficiënt. Hierbij geldt dat scholen die in het kader van dit hoofdstuk niet eerder voorzieningen toegewezen hebben gekregen, voorrang hebben boven scholen waarvoor in de periode 2009-2011 wel voorzieningen zijn toegekend.
**2..** Aanvragen voor lesgebouwen met de hoogste urgentie-coëfficiënt komen als eerste voor subsidieverlening in aanmerking, vervolgens de school met de één na hoogste urgentiegraad en zo verder totdat het subsidieplafond is bereikt.
**3..** Indien het toewijzen van een aanvraag zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de hoogte van de toe te kennen subsidie bepaald door het nog niet benutte gedeelte van het subsidieplafond, waarbij de aanvrager in (nader) overleg treedt met burgemeester en wethouders ten einde te bepalen, welke aangevraagde activiteiten voor bekostiging in aanmerking kunnen worden gebracht.
HOOFDSTUK 2F
Artikel 23g
Criteria voor het bepalen van de urgentie van aangevraagde voorzieningen
Onderdeel van Verordening personele en materiële voorzieningen onderwijs gemeente Den Haag 2014