Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2C

Artikel 20d

Verleningscriteria

Onderdeel van Verordening personele en materiële voorzieningen onderwijs gemeente Den Haag 2014

Een voorziening als bedoeld in artikel 20b komt alleen voor subsidiëring in aanmerking, indien aan de volgende criteria wordt voldaan: Er is, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, in of in de directe nabijheid van de school (niet zijnde een ander lesgebouw) geen geschikte ruimte om de voorschoolpeuterspeelzaal te huisvesten. Per lesgebouw komt in beginsel één peuterlokaal voor subsidie in aanmerking. In afwijking van het tweede lid is subsidiëring van een tweede peuterlokaal mogelijk indien zich de volgende omstandigheden voordoen: volgens de op het moment van aanvraag meest recente gemeentelijke meerjarenprognose van de leerlingpopulatie zal de som van het aantal 4- en 5-jarigen op de basisschool gedurende minimaal drie van de vier jaren vanaf de verwachte realisatie van het gebouw, minimaal 59 per jaar bedragen, en: in negen van de twaalf maanden voorafgaand aan het moment van aanvraag was de beschikbare capaciteit van minimaal twee peutergroepen volledig bezet (d.w.z. maximaal één plek per groep onbezet), op basis van de registratie in het gemeentelijk leerling-administratiesysteem, en: het betreffende peuterspeelzaalbestuur verklaart zich schriftelijk bereid en is in staat om de exploitatie van minimaal drie voorschoolpeutergroepen op zich te nemen. In afwijking van het tweede lid is subsidiëring van een derde peuterlokaal mogelijk indien zich de volgende omstandigheden voordoen: volgens de op het moment van aanvraag meest recente gemeentelijke meerjarenprognose van de leerlingpopulatie zal de som van het aantal 4- en 5-jarigen op de basisschool gedurende minimaal drie van de vier jaren vanaf de verwachte realisatie van het gebouw, minimaal 98 per jaar bedragen, en: in negen van de twaalf maanden voorafgaand aan het moment van aanvraag was de beschikbare capaciteit van minimaal vier peutergroepen volledig bezet (d.w.z. maximaal één plek per groep onbezet), op basis van de registratie in het gemeentelijk leerlingadministratiesysteem, en: het betreffende peuterspeelzaalbestuur verklaart zich schriftelijk bereid en is in staat om de exploitatie van minimaal vijf voorschoolpeutergroepen op zich te nemen. Indien vereist is door het schoolbestuur vermindering van capaciteit van het lesgebouw aangevraagd voor de peuterlokalen voor opname op het Programma onderwijshuisvesting dat betrekking heeft op hetzelfde jaar als de aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk. Indien de vermindering van capaciteit van het lesgebouw ten behoeve van de voorschoolpeuterspeelzaal niet wordt gehonoreerd, komt het peuterlokaal niet in aanmerking voor subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel