Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Vooronderzoek

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Midden-Delfland 2015

1.. Het College bepaalt de te hanteren woonplaats aan de hand van het in de wet gestelde woonplaatsbeginsel en de geldende aanvullende regel, met dien verstande dat bij de start van jeugdhulp of een maatregel de woonplaats wordt vastgesteld, volgens de landelijke richtlijnen. 2.. Het College verzamelt alle voor het gesprek, bedoeld in artikel 6, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. De afspraak wordt schriftelijk door het College bevestigd en verstuurd naar het woonadres van de jeugdige en de ouders, tenzij zij expliciet aangeven geen prijs te stellen op deze bevestiging. 3.. Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 4.. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel