Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.12

Collectief vervoer

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2015

Met een systeem voor collectief vraagafhankelijk vervoer of met een maatwerkvoorziening wordt de benodigde vervoersbehoefte ingevuld. Wanneer deze behoefte duidelijk minder is dan het maximaal te verstrekken zones (900) of km (2000) per jaar, wordt de omvang gemotiveerd in de beschikking opgenomen. Heeft de cliënt een individuele voorziening, zoals een scootmobiel of een aangepaste fiets dan is een deel van de vervoersbehoefte hiermee gecompenseerd en is het maximaal te verstrekken zones 500 per jaar. Indien daar een noodzakelijke aanleiding voor is, kan het maximaal aantal zones of km per jaar ophoogd worden. Wanneer er sprake is van een zeer lage vervoersbehoefte zien wij het collectief vervoer als een openbaar vervoersysteem voor de cliënt. Het collectief vervoer als openbaar vervoersysteem is voorliggend op het collectief vervoer op basis van de Wmo. Uit jurisprudentie blijkt dat om te kunnen participeren de cliënt de mogelijkheden moet hebben om jaarlijks lokaal en regionaal (tot zo’n 15 tot 20 km afstand vanaf de woning van cliënt) 1500 tot 2000 km moet kunnen reizen. Alle buitenregionale vervoersdoelen vallen buiten de reikwijdte van de Wmo. Hiervoor is Valys door de wetgever aangewezen. Om Valys aan te vragen moet cliënt kunnen aantonen dat hij een indicatie of verklaring van de gemeente heeft waaruit blijkt dat hij een mobiliteitsprobleem heeft.

Rechtspraak bij dit artikel