Overwegende bezwaren zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de cliënt of diens vertegenwoordiger problemen zal hebben met het omgaan met een pgb. De situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn:
de cliënt of diens vertegenwoordiger handelingsonbekwaam is;
de cliënt of diens vertegenwoordiger als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht heeft in de eigen situatie;
er sprake van verslavingsproblematiek is;
er sprake van schuldenproblematiek is;
er eerder misbruik gemaakt is van het pgb;
Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. In deze situaties kan een pgb worden geweigerd. Om een pgb af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.
De situatie waarin de door de cliënt beoogde ondersteuning duurder is dan de ondersteuning door zorg in natura betekent niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd kan worden. Cliënten kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder duurder is dan het door het lid van het sociaal team voorgestelde aanbod. Het lid van het sociaal team kan het pgb slechts weigeren voor dat gedeelte dat duurder is dan het het voorgestelde aanbod.
Als een cliënt een andere voorziening wil, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening die de belanghebbende aanschaft moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren als in het programma van eisen wordt gesteld en niet slechts een deel van het probleem oplossen.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Bekwaamheid van cliënt
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2015