De kosten in artikel 3 onder d van dit besluit die worden aangemerkt als kosten voor het realiseren van een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening, zijn:
1.de aanneemsom;
2.de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten;
3.het architectenhonorarium;
4.het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is;
5.de leges die betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
6.de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
7.renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
8.de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk en gemaximeerd door het gestelde in artikel 21 van dit Besluit;
9.de door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar waren;
10.de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
11.de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
12.de administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de aanvrager;
Artikel 9.Woon en verblijfsruimten waarvoor geen woonvoorziening wordt verstrekt
De woonvoorzieningen worden niet verleend aan hotels, kloosters, pensions, trekkerswoonwagens, instellingen, verzorgingshuizen, vakantiewoningen, tweede woningen, panden of ruimten bestemd voor kamerverhuur en specifiek op personen met beperkingen en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.
Artikel 10.Gemeenschappelijke ruimten Burgemeester en wethouders kunnen, uitgezonderd de gebouwen in artikel 9 van dit Besluit, een vergoeding verlenen voor het treffen van de volgende voorzieningen aan een gemeenschappelijke ruimte indien zonder deze woningaanpassing de woonruimte voor de aanvrager ontoegankelijk blijft:
het verbreden van toegangsdeuren;
het aanbrengen van elektrische deuropeners;
drempelhulpen of vlonders;
het aanbrengen van een extra trapleuning bij een portiekwoning.
Artikel 11.Beperkende voorwaarden aanpassingskosten woonwagen en woonschip
Een vergoeding voor de aanpassing van een woonwagen kan verleend worden indien:
de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal 5 jaar is;
de standplaats niet binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt;
de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente legaal op de standplaats stond;
Een vergoeding voor de aanpassingskosten van een woonschip kan verleend worden indien:
de technische levensduur van het woonschip nog minimaal 5 jaar is;
het woonschip nog minimaal 5 jaar op de ligplaats mag blijven liggen.
Indien de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip minder dan 5 jaar is of de standplaats van de woonwagen binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt of het woonschip niet ten minste nog 5 jaar op de ligplaats mag liggen, worden de aanpassingskosten vastgesteld tot maximaal € 1.113,--.
Een vergoeding voor de aanpassing van een binnenschip kan slechts verleend worden indien de aanpassing betrekking heeft op het voor de schipper, de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte voor verblijf in het binnenschip.
Artikel 12. Terugbetaling economische meerwaarde
Aan het verlenen van een vergoeding voor een woningaanpassing als bedoeld bij artikel 3 onder d van dit Besluit is de voorwaarde verbonden dat de ontvanger van de tegemoetkoming die de woning binnen tien jaar na gereedmelding van de werkzaamheden verkoopt, binnen een week na verkoop van de woning, burgemeester en wethouders hierover schriftelijk op de hoogte stelt en gelijktijdig de verkoopakte overlegt.
De verstrekte vergoeding minus de reeds betaalde bijdrage in de kosten conform artikel 25 van dit Besluit, wordt aan de gemeente terugbetaald bij verkoop van de aangepaste woning binnen tien jaar na gereedmelding van de werkzaamheden. De hoogte van de terugbetaling bedraagt 100% van de tegemoetkoming, indien de woning binnen één jaar na gereedmelding wordt verkocht. De hoogte van de terugbetaling wordt verminderd met 10% voor ieder verstreken jaar na datumgereedmelding.
Artikel 13.Het verwerven van grond
Indien een woningaanpassing als bedoeld in artikel 3 onder d van dit Besluit betrekking heeft op het uitbreiden van een bestaande woning, dan wel het groter bouwen van een nieuw te bouwen woning dan zonder de voorzieningen nodig zou zijn, kan een vergoeding verleend worden voor de extra te verwerven grond die ten hoogste overeenkomt met de bijdrage voor het aantal vierkante meters per vertrek en een gedeelte van de buitenruimte bij de woning, zoals vermeld in bijlage 1.
Artikel 14.Kosten in verband met onderhoud, keuring en reparatie
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een tegemoetkoming in de kosten van onderhoud,keuring en reparatie als bedoeld in artikel 3, onder g van dit Besluit, indien de kosten vanonderhoud, keuring en reparatie betrekking hebben op:
(trap)liften;
de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaarkeukenblok, bad of wastafel;
elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren;
Artikel 15.Huurderving
In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte kunnen burgemeester en wethouders voor de duur van maximaal 6 maanden een vergoeding ter hoogte van de gederfde huurinkomsten verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met verlies van huurinkomsten.
Het bedrag van de vergoeding uit het eerste lid bedraagt de daadwerkelijk gederfde huurinkomsten,gemaximeerd tot het bedrag van de maximaal subsidiabele huur, zoals jaarlijks wordt vastgesteld in het onderdeel Huurtoeslag van de belastingdienst;
Artikel 16.Kosten in verband met tijdelijke huisvesting
Burgemeester en wethouders kunnen een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen die de aanvrager maakt in verband met het aanpassen van:
zijn huidige woonruimte;
de door de aanvrager nog te betrekken woonruimte;
De tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verleend voor de periode dat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de aanvrager als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan.
De maximale termijn waarvoor burgemeester en wethouders een tegemoetkoming verleent in de kosten van tijdelijke huisvesting, bedraagt zes maanden.
De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt voor de woning met de laagste woonlasten en gemaximeerd tot het bedrag per maand dat als maximale huur wordt aangemerkt voor de Huurtoeslag.
Hoofdstuk 3
Artikel 8.
Kostensoorten in verband met het realiseren van een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle 2015