**1..** Het college besluit om van terugvordering of van verdere
terugvordering (lees: invordering) bij niet-fraudevorderingen af te
zien, indien de belanghebbende:
gedurende drie jaar volledig aan zijn
betalingsverplichtingen heeft voldaan en de terugvordering
niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen
van de verplichting, zoals neergelegd in artikel 17, eerste lid van de
Participatiewet, dan wel artikel 13,
eerste lid van zowel de IOAW als de IOAZ; of
gedurende drie jaar niet volledig aan zijn
betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het
achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de
daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de
invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald
en de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet
behoorlijk nakomen van de verplichting, zoals neergelegd in
artikel 17, eerste lid van de
Participatiewet, dan wel artikel 13, eerste lid van zowel de
IOAW als de IOAZ; of
gedurende drie jaar geen betalingen heeft verricht en niet
aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan
verrichten en de terugvordering niet het gevolg is van het
niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, zoals
neergelegd in artikel 17, eerste lid van de
Participatiewet, dan wel artikel 13, eerste lid van zowel de
IOAW als de IOAZ; of
een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom
in één keer aflost en de terugvordering niet het gevolg is
van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
zoals neergelegd in artikel 17, eerste lid van de
Participatiewet, dan wel artikel 13, eerste lid van zowel de
IOAW als de IOAZ.
**2..** Het college besluit om van terugvordering of van verdere
terugvordering (lees: invordering) bij fraudevorderingen af te zien,
indien de belanghebbende gedurende tien jaar geen betalingen heeft
verricht, niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan
verrichten en de terugvordering het gevolg is van het niet of niet
behoorlijk nakomen van de verplichting, zoals neergelegd in artikel 17, eerste lid van de Participatiewet, dan wel
artikel 13, eerste lid zowel de IOAW als de IOAZ en het uit doelmatigheidsoverwegingen wenselijk
is deze vordering kwijt te schelden.
Hoofdstuk 5
Artikel 15
Kwijtschelding na het (deels) voldoen aan de betalingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Heerenveen 2015