In aanvulling op artikel 3.1 komt een cliënt in aanmerking voor het inschakelen van een doventolk als:
de cliënt doof, doofblind of zeer slechthorend is, en
de doventolk noodzakelijk is voor het behouden of vergroten van de zelfredzaamheid en participatie in de privé-situatie.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Aanvullende criteria doventolk
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag 2015