Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.6

Aanvullende criteria woonvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag 2015

1.. In aanvulling op artikel 3.1 komt een cliënt in aanmerking voor een woonvoorziening als hij: aantoonbaar niet in staat is tot het normale gebruik van de eigen woning, en alles heeft gedaan om een geschikte woning te bewonen, of een aantoonbare beperkingen of aanwezige gedragsstoornis heeft met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon met beperkingen tot rust kan komen. 2.. Een cliënt kan alleen voor een woonvoorziening in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en verhuizing niet de goedkoopst adequate voorziening is of naar het oordeel van het college niet mogelijk of niet wenselijk is. 3.. Een woonvoorziening wordt slechts verstrekt als de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen, dan wel voor het logeerbaar maken van een andere woonruimte dan waar de cliënt met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft als het hoofdverblijf van de cliënt in een erkende zorginstelling is. 4.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woning, vakantie‐ en recreatiewoningen, ADL‐clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, trapliften, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor schriftelijk toestemming is verleend door het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel