Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.3

Bijdrage maatwerkvoorziening in natura en pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag 2015

1.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening is gelijk aan de kostprijs van de maatwerkvoorziening, maar niet hoger dan toegestaan op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2.. Het college kan in de Regeling bepalen voor welke maatwerkvoorzieningen een lager bedrag is verschuldigd. 3.. Het college brengt de eigen bijdrage in rekening: voor dienstverlening zolang het besluit voor de dienstverlening van kracht is en er in een periode ondersteuning is geboden; voor een voorziening in natura en of pgb zolang de cliënt gebruik maakt van of in het bezit is van de voorziening of, als dat korter is, totdat de door het college vastgestelde kostprijs is voldaan; voor eenmalig verstrekte voorziening in de vorm van een pgb tot de hoogte van de verstrekte voorziening is voldaan; bij een periodieke pgb-verstrekking: over iedere periode waarover een pgb is verstrekt. 4.. Als een persoon over een periode voor meerdere voorzieningen een eigen bijdrage is verschuldigd, dan komt de betaalde bijdrage allereerst ten goede van de voorziening die eenmalig is verstrekt en waarvoor het college geen huur verschuldigd is. 5.. Bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel